kansenvoorwest-logo-middel-3186

Veelgestelde vragen en antwoorden

Op deze pagina kunt u per onderwerp een aantal veelgestelde vragen vinden. Kies het onderwerp waarover u een antwoord zoekt.

Ik heb een vraag over...
 het programma van Kansen voor West 2
 het aanvragen van een subsidie
 de geldende definities

Vragen over … het programma

Wat zijn verschillen tussen het oude programma Kansen voor West 2007-2013 en het nieuwe programma Kansen voor West 2014-2020?

De belangrijkste verschillen zijn:
1. Voor innovatie geldt dat met name Valorisatie wordt ondersteund. Het gaat dus echt om de latere fases van de innovatieketen. R&D-infra en fundamenteel onderzoek alleen zijn niet meer subsidiabel.
2. Low Carbon is nieuw als prioriteit, daarentegen is de prioriteit attractieve regio’s is vervallen.
3. Alle aanvragen worden via een landelijk indieningsloket digitaal ingediend (via het EFRO-webportaal )
4. Projectbeoordeling vindt plaats aan de hand van landelijk afgesproken beoordelingscriteria.
5. Er zijn enkele vereenvoudigingen doorgevoerd in de subsidietechniek. Zo kan bij loonkosten gewerkt worden met een flatrate voor werkgeverslasten en overhead. Deze kosten hoeven dan niet meer te worden onderbouwd.
6. De stedelijke middelen worden gebiedsgerichter ingezet en de reikwijdte is beperkter. Aanpassing openbare ruimte is niet meer subsidiabel.

Wat zijn de grootste verschillen tussen programma’s voor West, Oost, Noord en Zuid?

Uiteraard heeft ieder programma haar eigen programmagebied en inhoudelijk programma, maar binnen Kansen voor West II wordt naast de prioriteiten Innovatie en Koolstofarm ook geïnvesteerd in stedelijke prioriteiten. Het verbeteren van het vestigingsklimaat, het tegengaan van de mismatch op de stedelijke arbeidsmarkt en toeleiding naar werk wordt door de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in de stedelijke deelprogramma’s (zie ook GTI’s ) opgepakt.
Verder kent het programma subsidieopenstellingen op partnerniveau. Met deze specifieke gebiedsgerichte invulling kunnen de programmadoelstellingen het beste worden bereikt.

Wat is het budget?

In totaal is er 182 miljoen EFRO en 34 miljoen rijkscofinanciering beschikbaar, dus 216 miljoen in totaal. Het budget komt beschikbaar via de publicatie van subsidieplafonds op onderdelen van het programma. Op de website van Kansen voor West 2 staan alle openstellingen vermeld.

Hoe is het programma georganiseerd?

Kansen voor West II heeft acht partners en één Managementautoriteit, te weten de provincies Flevoland, Noord Holland, Zuid Holland en Utrecht en de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Er is één Managementautoriteit en die opereert vanuit Rotterdam. Op de website van Kansen voor West 2 zijn de contactgegevens van de partners opgenomen. Voor vragen over stedelijke programma’s kunt u het beste contact opnemen met contactpersonen per stad. Voor vragen over projecten met regionaal karakter kunt u contact opnemen met de provincies, maar ook met steden omdat steden ook over een budget voor stedelijke projecten met regionale impact beschikken.

Waar vind ik informatie over EFRO op Europees niveau?

EFRO is onderdeel van de structuurfondsen en wordt in heel Europa ingezet om de regionale economieën te stimuleren. Op deze website vindt u meer informatie: http://ec.europa.eu/regional_policy/information/legislation/index_nl.cfm

Welke thema’s gelden in de provincie?

Er zijn geen onderverdelingen in thema’s per stad of provincie. Er zijn prioritaire thema’s voor het hele landsdeel, zoals in het Operationeel Programma aangegeven. Te weten
1. Innovatie
2. Koolstofarme Economie
3. Vestigingsklimaat en
4. Arbeidspotentieel.
Elke prioritaire thema bevat doelstellingen en elke doelstelling actielijnen. Zie ( de samenvatting van het Operationeel Programma van Kansen voor West ) het Operationeel Programma van Kansen voor West . De provincies hebben de prioritaire thema’s 1 en 2 verder vertaald naar provinciale programma en daarin accenten aangebracht die sluiten bij de opgave vanuit vigerend regionaal beleid.

Welke thema’s gelden in de grote steden?

Grote steden hebben uitvoeringplannen vastgesteld en daarin keuzes gemaakt welke doelstellingen en actielijnen het beste passen binnen de opgave van de stad en het stedelijk beleid.

Waar moet mijn projectadministratie aan voldoen?

De projectadministratie moet bestaan zowel uit inhoudelijke als financiële administratie en controleerbaar en inzichtelijk zijn. De administratie moet inzicht geven in de onderbouwing van berekeningen die u hebt toegepast. Voor een uitgebreide toelichting raadpleeg het EFRO-handboek

Vragen over … de aanvraag

Hoe zit er het subsidieaanvraag proces eruit?

Een EFRO-subsidie vraagt u digitaal via een landelijke web portaal aan. Het beschikbare budget is per partner verdeeld op basis van rangschikking naar geschiktheid (‘tender’) of op volgorde van ontvangst (‘first come first serve’) Bij elke opstelling vermeldt het managementautoriteit het beschikbare budget en volgens welke systematiek dat budget wordt verdeeld. Om in aanmerking te komen voor een subsidie dient een aanvraag de volgende vier toetsen positief te doorstaan. Deze toetsen worden in principe achter elkaar uitgevoerd. De Managementautoriteit (of Stedelijke Programma Autoriteit) moet binnen 26 weken beslissen op uw aanvraag.
1. Toets op compleetheid
Deze toets wordt gedaan door het Programmabureau. Wanneer een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in gelegenheid gesteld de missende documenten toe te voegen aan de aanvraag. Op de datum van de compleetheid wordt gekeken of er nog ruimte is binnen de openstelling en als dat zo is wordt de aanvraag in behandeling genomen. Indien het niet zo is wordt de aanvraag afgewezen.
2. Beleidsinhoudelijke toets
Deze toets wordt gedaan door de Steunpunt. Daarbij wordt gekeken of de aanvraag binnen de kaders van het Operationele Programma en het regionale vigerende beleid past. Indien deze toets niet positief doorstaan is, wordt de betreffende subsidieaanvraag afgewezen. Bij elke openstelling zijn per partner de beleidsdocumenten aangegeven die samen met het Operationeel Programma van Kansen voor West een beleidstoets vormen. U kunt deze documenten downloaden op de website van Kansen voor West 2
3. Kwalitatief inhoudelijke toets
Aanvragen ingediend binnen de prioriteiten Innovatie of Koolstofarm worden getoetst door de Deskundigencommissie van het programma Kansen voor West. Aanvragen ingediend binnen de prioriteit Duurzame Stedelijke Ontwikkeling oftewel GTI worden kwalitatief inhoudelijk getoetst door de Stedelijke Adviesgroep. Zowel Deskundigencommissie als Stedelijke Adviesgroep toetsen subsidieaanvragen op basis van landelijk vastgestelde beoordelingscriteria en kennen per criterium punten toe.
4. Financieel-technische toets
In deze toets worden de zaken m.b.t. staatssteun, aanbesteden en subsidiabiliteit van de kosten beoordeeld.
Het subsidieaanvraagproces is uitgebreid omschreven in het het EFRO-handboek op pag. 7 t/m 11.

Wat is de afwegingskader van kwalitatief inhoudelijke toets?

De verschillende prioriteiten kennen een verschillend afwegingskader (weging van de landelijk vastgestelde vijf criteria). Dit is samen met de toekenningssystematiek van punten nader beschreven in de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020.
Het maximum aantal punten in totaal is 100. Een aanvraag krijgt een positief advies als het minimaal 70 van 100 punten scoort.

Wanneer kan een subsidieaanvraag ingediend worden?

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend als een plafond gepubliceerd is in de Staatscourant. Kansen voor West II zal in delen worden opengesteld. Vanaf 1 april 2015 zijn de eerste 26 plafonds opengesteld.

Kan ik een subsidieaanvraag indienen voor een project dat al loopt, in 2014 al gestart is?

De subsidiabele startdatum van het programma is 1 januari 2014. Echter, van kosten die gemaakt en betaald zijn voor indiening van de (complete)aanvraag, moet wel uitgebreidere onderbouwing worden waarom deze kosten subsidiabel zouden zijn aangezien er naast de beoordeling van de kosten sec ook moet worden ingegaan op het feit dat een project wordt ingediend dat reeds eerder is gestart.

Als u gebruik maakt van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) is het niet mogelijk kosten te maken en betalen voor de indieningsdatum van de aanvraag. Dit betekent simpelweg dat het project pas mag starten na de indiening van de subsidieaanvraag. Echter, indien het kan worden aangetoond, kunnen de kosten voor voorbereiding (zoals maken projectplan, Businesscase bv) mogelijk wel als subsidiabel worden beoordeeld.

Waar kan ik de projectformulieren vinden ten behoeve van de aanvraag?

Als alle vragen op het EFRO-webportaal zijn beantwoord, worden deze antwoorden opgeslagen en opgemaakt als subsidieaanvraagformulier. Verder zijn richtlijnen op de site aanwezig, waar een projectplan of business case aan moet voldoen.
Voordat u subsidie digitaal gaat aanvragen raadpleeg de ‘toelichting op de vragen uit de subsidieaanvraag’ op de website van Kansen voor West 2 of het het EFRO-handboek , daarin staat wat van u verwacht wordt. Belangrijk is dat de begroting gespecificeerd op partnerniveau moet worden ingediend. Heeft u vragen, raadpleeg uw steunpunt.

Waar moet een projectplan aan voldoen?

Minimaal verplichte inhoud van het projectplan bestaat uit volgende elementen: introductie van de begunstigde e/o de partners in het samenwerkingsverband, context van het project (aanleiding, doelstelling, meerwaarde), beschrijving van de (project)activiteiten, beschrijving van organisatie (projectorganisatie, administratieve organisatie, aanbestedingen, communicatie), wet en regelgeving (waaronder milieu, ruimtelijke ordening en staatssteun), indicatoren en aansluiting bij de doelstellingen van het Operationeel programma. Als bijlagen van het projectplan gedetailleerde kostenbegroting en uitgewerkt financieringsplan.

Mag de aanvraag in het Engels?

De afspraak is om de aanvraag in het Nederlands te doen. Indien gewenst kan het projectplan in het Engels worden aangeleverd, maar bij voorkeur in het Nederlands.
Hierdoor worden eventuele misinterpretaties voorkomen. Dient u wel een projectplan in in het Engels, dan blijft dat de verantwoordelijkheid van de indiener.

Welke kosten zijn subsidiabel en welke niet?

Subsidiabele kosten zijn: loonkosten, afschrijvingen van activa, bijdragen in natura, overige kosten derden ( aanschaf van grond en /of gebouwen, aanschaf van machines en apparatuur, gebruikte materialen en hulpmiddelen, kosten van octrooien, kosten van promotionele en communicatie activiteiten, reis-en verblijfkosten). Niet subsidiabele kosten zijn: fooien en geschenken, representatiekosten en vergoedingen, kosten van personeelsactiviteiten, overboekingen en annuleringen, gratificaties en bonussen, kosten van outplacementtrajecten, administratieve sancties en boetes, debetrente en in het algemeen kosten die niet direct project gerelateerd zijn.
In het EFRO-handboek en in de Regeling Europese EZ-subsidies (REES) staan uitgebreid de voorwaarden voor het opvoeren van deze kosten genoemd en er zijn ook de manieren uiteen gezet hoe de berekening van deze kosten tot stand moet komen.
Wij adviseren u om het EFRO-handboek goed door te nemen. Bij vragen kunt u contact opnemen met de steunpunten of programmabureaus.

Wat zijn de voorwaarden voor cofinanciering met andere (Europese) subsidiebronnen?

Alle cofinanciering is toegestaan, behalve als deze afkomstig is uit hetzelfde fonds.

Wat is het maximale subsidiepercentage?

Het maximale subsidiepercentage verschilt per prioriteit. In de prioriteit Innovatie en Koolstofarm zijn de maximale percentages 40% van de totale subsidiabele kosten van het project. In de prioriteit Duurzame Stedelijke Ontwikkeling  is het maximale percentage 50% Het maximale percentage is afhankelijk van de programmaprioriteit waarbinnen de aanvraag valt. De maximale subsidiepercentages staan vermeld in de beleidsregel. Bij de publicatie van specifieke deelplafonds kan van de genoemde maximale subsidiepercentages worden afgeweken, u kunt dit zien bij de plafondpublicatie in de Staatscourant en op de website van Kansen voor West 2 .

Waar moet een begroting aan voldoen?

De begroting moet onderverdeeld zijn naar de partners/medebegunstigden in uw project en naar de voorgeschreven kostensoorten. Bij voorkeur is de begroting uitgesplitst tot hoeveelheid maal tarief. Een onderbouwing van opgevoerde kosten en tarieven is vereist.

Kan ik een subsidieaanvraag indienen bij meerdere openstellingen?

Nee, u kunt subsidie uitsluitend aanvragen binnen één plafond / openstelling. Op de website van Kansen voor West 2 staan nu alle openstellingen en de daarbij behorende beleidsstukken van de vigerend regionaal beleid én uitvoeringsplannen van steden en provincies die bij een openstelling horen en een kader vormen, op een rij. Zie de website van Kansen voor West 2

Wanneer heb ik recht op rijkscofinanciering ?

Per project bekijkt de MA samen met EZ of er rijkscofinanciering kan worden gebruikt voor de financiering van de door uw gevraagde bijdrage uit het Operationeel Programma van Kansen voor West . U vraagt Rijkscofinanciering niet apart aan. U vraagt een bepaalde programmabijdrage aan, waarbij het voor kan komen dat een deel van deze bijdrage rijkscofinanciering is. Een eventuele rijksbijdrage heeft geen invloed op de verplichtingen die gesteld worden aan de verantwoording.

Hoe loopt de procedure precies? Kan ik een afspraak maken? Of moet ik de aanvraag online doen?

U kunt het beste eerst uw idee voor leggen aan het steunpunt of programmabureau van uw stad of de provincie. Soms wordt een afspraak gemaakt en soms in een telefonisch advies voldoende. Het doel van dit contact is om te verifiëren of het projectidee past binnen het Kansen voor West programma. Om u gericht te kunnen adviseren is het nodig dat u een projectbeschrijving opstuurt. De inhoud van een projectidee dient beknopt te zijn weergegeven op maximaal twee A4tjes en gaat in ieder geval in op: partners, doelstelling, activiteiten, aansluiting bij de doelstellingen van het OP, concept-begroting en -financieringsplan.

Voor welke type project krijg je subsidie? En voor welke projecten niet?

Aanvragen die volledig zijn, binnen het programma en het vigerend regionaal beleid passen, minimaal 70 punten van de deskundigencommissie of de stedelijke adviesgroep krijgen en aan de subsidietechnische eisen voldoen, ontvangen bij voldoende beschikbaar budget subsidie. Kijk voor suggesties voor typen projecten bij de beschrijving van de programmaprioriteiten in OP West, of informeer bij uw steunpunt of programmabureau.

Hoe lang duurt het aanvraagproces?

Het programma heeft 26 weken de tijd vanaf indiening van een complete aanvraag om tot een subsidiebesluit te komen.

Moet ik perse samenwerken met andere bedrijven?

Samenwerking met andere bedrijven is alleen noodzakelijk binnen de prioriteit Innovatie.

Voor sommige onderdelen van het programma bestaat een overlap in het programmagebied. Binnen welke openstelling moet ik dan indienen?

Het kan inderdaad zou zijn, vooral binnen de prioriteiten Innovatie en Koolstofarm, dat meerdere openstellingen op een project van toepassing zijn. Een valorisatieproject in de Metropoolregio Amsterdam kan in theorie indienen binnen het Amsterdamse gelabelde budget en het budget van de provincie Noord-Holland. De hoofdvraag is waar de projectactiviteiten worden uitgevoerd en waar de effecten van het project neerslaan. Is dit (in het voorbeeld) in de gehele provincie, dan is de openstelling van de provincie het meest passend. Indien dit zich beperkt tot de Metropoolregio, dan is de openstelling van Amsterdam gelabeld passender. Bekijk ook welk vigerend beleid van toepassing is. Raadpleeg voor indiening hierover altijd de betreffende steunpunten.

Welke sociale innovatie projecten kunnen in aanmerking komen voor de subsidie?

Binnen doelstelling 5 van de prioriteit Duurzame Stedelijke Ontwikkeling  is ruimte voor deze projecten.

Wanneer moet ik een BTW-verklaring bijvoegen bij mijn aanvraag?

U dient een BTW-verklaring bij te voegen als u BTW als subsidiabele kosten wilt opvoeren. Uit de verklaring dient te blijken dat u BTW niet kunt verrekenen of compenseren.

Mijn project sluit aan bij meerdere prioriteiten: het is innovatief, duurzaam en draagt bij aan werkgelegenheid. Onder welke prioriteit dien ik een aanvraag in?

U dient het project in onder die prioriteit waarbinnen uw project de meeste impact genereert, wanneer gekeken wordt naar de outputcriteria. Bij twijfel, neem contact op met uw steunpunt.

Vragen over … definities

Hoe wordt innovatie gedefinieerd?

Algemeen: Innovatie of vernieuwing heeft betrekking op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren (innovatieproces) omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing (van producten, diensten, productieprocessen, etc.). Het begrip Innovatie in Kansen voor West wordt breed gedefinieerd, we verwijzen naar het Operationeel Programma van Kansen voor West en de RIS 3 strategie (zie ook RIS3 ). In de programmadocumenten wordt nader ingegaan op het begrip innovatie, maar ook op de specifieke doelstellingen van het Kansen voor West 2 programma omtrent dit thema.

Wat verstaan wordt onder valorisatie?

Valorisatie is het omzetten van kennis in innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten.

Wat is een living lab?

Een living lab (of proeftuin) is een open innovatie-omgeving die over een langere periode aan meerdere ondernemers ruimte biedt voor het testen van technologische, of marktinnovatie van, nieuwe of vernieuwde producten of diensten die zich in het ontwikkelstadium bevinden waarbij ten minste een eindgebruikers en twee ondernemers betrokken zijn. Een living Lab kenmerkt zich door een realistische omgeving die een bijdrage levert aan het versnellen van de marktintroductie van nieuwe diensten/producten van mkb-ers. Let op: aan al deze elementen moet zijn voldaan, om een aanvraag voor een living lab te kunnen indienen.

Wat is precies een start up?

Een startup is een startende ondernemer, maar een startende ondernemer is niet direct een startup. Er is niet één bepaalde definitie voor een startup. Kort gezegd is een startup een bedrijf met een vernieuwend idee waarbij een product gemaakt wordt die schaalbaar en herhaalbaar is. Dit product is gemaakt door middel van nieuwe technologie. Schaalbaar en herhaalbaar betekent dat het product één keer wordt gemaakt en steeds opnieuw kan worden verkocht. Het is gemakkelijker en goedkoper om niet voor elke afnemer een ander product te maken. Nieuwe technologie is bijvoorbeeld een app of een product gemaakt met een 3D-printer. De startup heeft een onzekere toekomst omdat hij niet weet wat de klant van het product vindt. Daarom wordt dit getest en wordt het product steeds verbeterd.

Wat is een startende ondernemer?

Een startende ondernemer is een ondernemer die nog geen 5 jaar als ondernemer bezig is.

Wat is GTI?

GTI staat voor Geïntegreerde Territoriale Investeringen. De GTI is een instrument vanuit de Europese Commissie, dat via een holistische (brede / allesomvattende) aanpak een probleem oplost binnen een bepaald geografisch gebied. Het uitgangspunt voor de GTI-inzet in de G-4 steden is dat het altijd moet gaan om de opgaven in het aangewezen GTI-gebied. Er moet dus een duidelijke gerichtheid zijn op het gebied.

Wat zijn de GTI gebieden voor Amsterdam ?

Noord, West, Nieuw-West, Oost, Zuid-Oost en Zuid.

Wat zijn de GTI gebieden voor Rotterdam ?

gebieden van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid en Stadshavens.

Wat zijn de GTI gebieden voor Den Haag ?

Centrum, Escamp, Scheveningen, Haagse Hout, de stationsgebieden, Laak, Binckhorst.

Wat zijn de GTI gebieden voor Utrecht ?

Utrecht Noord-West (Zuilen en Ondiep), Overvecht, Kanaleneiland (incl. meubelboulevard), Cartesiusgebied, Lage Weide, Merwedekanaalzone, Amsterdamsestraatweg.

Wat is een Cross-over ?

Een cross-over is een innovatie die het resultaat is van een gezamenlijke inspanning van ondernemingen uit twee of meer sectoren. Het kan gaan om een innovatie die nieuw is voor elk van de sectoren. Het kan ook gaan om een bestaand product, dienst of een lopende innovatie in een sector, die een innovatie oplevert voor een andere sector. (Radicale) cross-over innovaties kunnen ontstaan door technologieën of benaderingen vanuit een sector op een creatieve wijze toe te passen in een andere sector, voor nieuwe of verbetering van bestaande processen of producten. Dit kan meerdere vormen aannemen zoals patenten, specifieke kennis, een bepaalde technologie of principe, of hele businessmodellen. In het Operationeel Programma van Kansen voor West zijn op pagina 5 voorbeelden van kansrijke cross-overs niches en thema’s binnen West-Nederland weergegeven.

Wat is de RIS3 ?

De slimme specialisatiestrategie (RIS3) van West-Nederland is een regionale innovatiestrategie die is gebaseerd op de drie eerder vastgestelde regionaal economische visies (Zuidvleugel-Agenda, Amsterdam Economic Board (KIA), Economische Visie Provincie Utrecht 2020) en de economische agenda’s van de provincies Noord-Holland en Flevoland. Deze economische visies en agenda’s zijn opgesteld in nauwe samenwerking met het regionale bedrijfsleven en de kennisinstellingen (triple helix), waarmee ze een goede basis vormen voor de RIS3 van West-Nederland.
Zie ook de RIS 3 strategie .