kansenvoorwest-logo-middel-3186

Financieringsinstrumenten

In het Operationeel Programma Kansen voor West II is een ruime plaats ingeruimd voor de inzet van Financieringsinstrumenten. Tijdens de ontwikkeling van het Operationeel Programma is uit consultaties en onderzoek gebleken dat de toegang tot en het gebrek aan investeringskapitaal in de Randstad structureel is en een belangrijke oorzaak vormt van achterblijvende valorisatie en achterblijvende investeringen in de koolstofarme economie.

Om Kansen voor West II middelen in te mogen zetten in Financieringsinstrumenten, is het verplicht een ex-ante kapitaalmarktonderzoek te doen conform de richtlijnen van de EC. Hieronder volgt een overzicht met de definitieve ex-ante onderzoeken.

Ex-ante onderzoeken

Brandstof voor innovatief vermogen

In opdracht van de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en de gemeente Den Haag is deel I van de ex-ante evaluatie uitgevoerd conform het voorschrift van artikel 37 lid 2 van Vo. 1303/2013; Dit betreft het onderdeel kapitaalmarktanalyse voor Zuid-Holland. Op 22 juni 2015 is dit onderzoek door de partners aangeboden aan de Managementautoriteit. Dit onderzoek is een noodzakelijke voorwaarde voor de inzet van Financieringsinstrumenten onder Kansen voor West II. Op verzoek van de Managementautoriteit is door de onderzoekscombinatie Rebel en Panteia tevens een nulmeting uitgevoerd op de beschikbaarheid van financiering voor innovatie in het MKB in de RlS3-sectoren.

De ex-ante evaluatie is uitgevoerd ter voorbereiding op de (eventuele) inzet van EFRO-middelen Kansen voor West ll voor revolverende financiële instrumenten voor innovatiefinanciering voor het MKB.

Uit dit rapport blijkt onder meer:

  • dat er sprake is van marktfalen dat de inzet van financieel instrumentarium voorinnovaties door het MKB in de RIS-3 sectoren met EFRO-middelen legitimeert en;
  • dat het totale investeringsgat voor de Technology Readiness Levels 1 Vm 9 voor de RIS-3 sectoren een gemiddelde waarde van € 48 mln. p.j. kent in de periode tot 2023
  • voorts bevat het rapport een voorstel tot een passend instrumentarium op basis van dit marktfalen en de lessons learned.

Uitdrukkelijk wijzen wij erop dat dit ex-ante onderzoek alleen deel 1 omhelst en dus nog niet compleet is. De Managementautoriteit is voornemens op basis van deze ex-ante in de tweede helft van 2015 een call te publiceren om voorstellen te ontvangen voor de opzet van Financieringsinstrumenten die aansluiten bij deze ex-ante analyse. De voorstellen, die op deze call worden ingediend, zullen zelf deel II van de ex-ante moeten bijvoegen, dat betreft de de onderdelen "Delivery en Management".

Download hier het ex-ante onderzoek.

Warmtefonds Zuid-Holland

PWC heeft op 31 augustus 2015 de Ex-ante assessment Warmtefonds Zuid-Holland opgeleverd, het onderzoek voor een Financieringsinstrument voor de prioriteit Low Carbon.

De ex-ante geeft aan dat de inzet van financiële instrumenten om warmteprojecten te ondersteunen, geoorloofd is bij het geconstateerde marktfalen. Ook wordt geconcludeerd dat het Warmtefonds bij de nu beoogde omvang, € 19 miljoen, zo’n 10-20 keer kleiner is dan het financieringstekort (in de vorm van leningen of subsidies) voor warmteprojecten in Zuid-Holland.

Voortbouwend op de Ex-ante assessment werken Provincie Zuid-Holland, Gemeente Den Haag en Gemeente Rotterdam aan de oprichting van een gezamenlijke Warmtefonds. In de periode september - oktober 2015 wordt de investeringsstrategie uitgewerkt conform de aanbevelingen door PWC (zie par. 4.5 van de Ex-ante assessment).

Uit de ex-ante assessment komt naar voren dat soms leningen in de investeringsfase een adequaat middel zullen zijn, terwijl in andere gevallen subsidies nodig zullen zijn. Tussen inzet van beide instrumenten dient in de investeringsstrategie een balans te worden bepaald. Daarbij zal worden uitgewerkt welke typen projecten voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking kunnen komen, aan welke kwaliteitscriteria ze moeten voldoen, en wat de beoogde hefboom van de steun is. PWC zal, als afronding van de Ex-ante assessment, advies uitbrengen over de door provincie en gemeenten voor te stellen investeringsstrategie (eind oktober 2015).

Download hier het ex-ante onderzoek.

Financiering innovatief MKB in de Noordvleugel

Deze ex-ante is in opdracht van ‘De Noordvleugel’ uitgevoerd en draait om het marktfalen in de RIS 3-sectoren in de Noordvleugel. Het behandelt de vragen of dit falen overheidsingrijpen legitimeert, de omvang van het tekort terug brengt, in welke fase van de innovatiecyclus het falen zich voordoet en op welke wijze een financieel instrumentarium kan aangrijpen. Doelstelling is om innovatieve bedrijven uit Flevoland, Noord-Holland en Utrecht te stimuleren door te groeien om zo aan (internationale) innovatie- en concurrentiekracht te winnen.
Het onderzoek concludeert dat het kapitaaltekort voor innovatie/R&D in de Noordvleugel 254 mln. euro bedraagt. (financieringsbehoefte voor innovatie/R&D minus daadwerkelijk aangetrokken middelen). Dit tekort doet zich vooral voor in de eerste innovatiefases. Er is sprake van een ‘investeringsgat’) van 44-59 mln. euro (EU-methodologie). Om het achterblijvende aantal innovatie-initiatieven vanuit het MKB zelf te stimuleren is het belangrijk dat het financiële instrument voldoende omvang kent om langjarige trajecten te ondersteunen, dat het MKB over de mogelijkheid beschikt de cofinanciering (deels) ‘in natura’ in te brengen en dat de infrastructuur verbeterd wordt waarlangs het MKB de juiste ondersteuning vanuit de kennisinstituten voor de innovatie op dat moment aan zich kan binden.

De resultaten van de ex-ante voor innovatie in de Noordvleugel zullen in 2016 aan het Comité worden aangeboden.

Download hier het ex-ante onderzoek.

Financiering innovatief MKB in Flevoland

Voor dit onderzoek stond de vraag centraal welke behoefte aan kapitaal er is bij het MKB in de provincie Flevoland voor R&D en innovatie. Deze kapitaalsbehoefte kan vervolgens weer gebruikt worden als input om de financiële instrumenten van de Provincie voor de programmaperiode 2014-2020 op in te richten. Momenteel kent de Provincie ter bevordering van innovatiefinanciering door het MKB bijvoorbeeld de FLOO subsidie, de TMI-regeling, MKB Technofonds en de ZZL-gelden. Deze rapportage vormt een aanvulling voor de provincie Flevoland op het ex-ante kapitaalmarkt onderzoek voor het innovatief MKB in de Noordvleugel.Het onderzoek trekt de volgende conclusies:

  • Het externe aanbod van gelden, maar ook het percentage daadwerkelijk aangetrokken middelen is relatief beperkt ten opzichte van de financieringsbehoefte voor innovatie/R&D vergeleken met andere onderzochte regio’s.
  • Het tekort manifesteert zich vooral in de eerste twee TRL-clusters[1] (TRL 1 t/m 6). Dus tot en met de succesvolle afronding van de proof-of-concept fase.
  • Het kapitaalsaanbod voor de eerste TRL-fases is met 11% relatief laag (TRL-clusters 2 en 3 bedrage 89% van het totaal), terwijl de gemiddelde kapitaalsbehoefte over de verschillende TRL-clusters redelijk ligt bij elkaar ligt.

Dit betekent dat het financieringstekort in Flevoland in de innovatie/R&D-fase tot en met proof-of-concept relatief groot is. Verlaging van dit regionale financieringstekort zal er in de praktijk ook op neerkomen dat meer kapitaalaanbieders in deze fases in Flevoland actief moeten worden. De organisatie van kapitaal is daarbij gebaat bij een sterke regionale initiator, die een initiërende en coördinerende rol kan spelen om financieringsconsortia tot stand te laten komen. Op basis van de ervaringslessen blijkt dat gespecialiseerde partijen in deze vroege fase financieringen noodzakelijk zijn om de specifieke kennis in te kunnen brengen teneinde het risicoprofiel / haalbaarheid goed te kunnen inschatten en de onderneming dusdanig vorm te geven en/of te monitoren om een meer dan gemiddelde slagingskans op het succesvol doorlopen van deze innovatiefases te realiseren. Alternatief kan hier ook een rol zijn weggelegd voor kennisinstituten. Bij het aangaan van vroege fase financieringen zal rekening gehouden moeten worden met de vaak stijgende investeringsbehoefte naarmate het project/de onderneming succesvol door de innovatiestadia komt. Dit betekent dat vooraf deze rekening gehouden moet worden met vervolginvesteringsronden. Het organiseren van deze volgtijdelijke financieringsbehoeften voor het bestaande instrumentarium van Flevoland verdient daarbij nadrukkelijk de aandacht.

[1] The Energy Challenge is structured around seven specific objectives and research areas:

  • Reducing energy consumption and carbon footprint
  • Low-cost, low-carbon electricity supply
  • Alternative fuels and mobile energy sources
  • A single, smart European electricity grid
  • New knowledge and technologies
  • Robust decision making and public engagement
  • Market uptake of energy and ICT innovation.

Download hier het ex-ante onderzoek.

VvE-verduurzamingsfonds Den Haag

Het nationaal Energieakkoord legt nadruk op het belang van energiebesparing in de bebouwde omgeving. Hier wordt invulling aan gegeven met o.m. het Nationaal Energiebespaarfonds wat particuliere eigenaren, woningcorporaties en VvE’s (> 10 eenheden) stimuleert om in energiebesparing te investeren. Den Haag kent relatief veel VvE’s, die grotendeels minder dan 10 woningen bevatten. Voor VvE’s kunnen energiebesparende maatregelen interessant zijn wanneer ze deze kunnen meenemen in het grootonderhoudsprogramma. Uit ervaring van de VvE-balie blijkt echter dat veel Haagse VvE’s onvoldoende of niet sparen voor grootonderhoud, laat staan voor additionele verduurzamingsmaatregelen. Een lening kan hier mogelijk uitkomst in bieden. Juist deze groep heeft echter momenteel geen toegang tot een van de andere stimuleringsregelingen. Een fonds specifiek voor kleine VvE’s kan deze groep mogelijk overtuigen om tot energiebesparing over te gaan. Europese gelden kunnen worden ingezet om markten aan te jagen en financieringsbehoefte in te vullen.

Het onderzoek concludeert dat een totaal investeringsbedrag van € 495 mln. benodigd is voor de gehele doelgroep van bijna 20.000 VvE’s kleiner dan 10 woningen, voor een dubbele labelsprong. Het benodigd kapitaal voor deze ambitie bedraagt 5% * € 495 mln. = € 25 mln. Het fonds kent een initiële omvang van € 7,5 mln. en heeft een revolverende opzet, waarvan ca 60% betrekking heeft op investeringen in verduurzaming.

Download hier het ex-ante onderzoek.

SOFIE II

Deze ex-ante betreft de financiering van het stimuleren van investeringen in duurzame energie en het vestigingsklimaat in het Stadshavensgebied en Rotterdam Zuid. Dit onderzoek is uitgevoerd i.h.k.v. de mogelijke uitbreiding van het actuele Stadshavens Ontwikkelingsfonds voor Innovatie en Economie (SOFIE). De Ex ante kijkt naar het “bestaansrecht” van het financiële instrument SOFIE II, dat zich richt op het stimuleren van investeringen in prioriteit 2 Koolstofarme economie) en 4 Vestigingsklimaat binnen het GTI gebied (NPRZ en Stadshavens).

Geconcludeerd wordt dat de huidige investeringen op het gebied van energiebesparing en in relatie tot vestigingsklimaat niet volstaan om de beoogde doelstellingen te bereiken. Er zijn sterke aanwijzingen dat marktfalen ten grondslag ligt aan deze suboptimale investeringen. Voor het vestigingsklimaat (winkel strips, kantoren en bedrijfsgebouwen) bestaat een investeringsgat tussen ca. 22 en 39 mln. euro Voor duurzame energie (schoolgebouwen, sportcomplexen en ander maatschappelijk vastgoed) bedraagt het investeringsgat ca 4,4 mln. voor PV panelen op maatschappelijk vastgoed; en ca. 0,9 mln. euro voor PV-panelen op schoolgebouwen. In totaal bedraagt daarmee het totale investeringsgat tussen de 27 mln. en 44 mln. euro. De behoefte aan financiering bedraagt een veelvoud van de omvang van SOFIE II. Op investeringsniveau bevindt de gecombineerde publieke en private hefboomfactor zich tussen 7 en 8,7. Vastgesteld wordt dat SOFIE II consistent is met bestaand beleid, en “spot on” bijdraagt aan de gestelde ambities en doelstellingen.

Download hier het ex ante SOFIE II onderzoek

 

FRED II

Deze ex-ante betreft de financiering van het vestigingsklimaat binnen het GTI-gebied van de Gemeente Den Haag. Dit onderzoek is uitgevoerd i.h.k.v. een mogelijk vervolg van het actuele Fonds Ruimte en Economie Den Haag (FRED). De ex-ante kijkt naar het bestaansrecht van het financieringsinstrument FRED II. Gericht op het verbeteren van het vestigingsklimaat binnen het zogenaamde GTI-gebied (Scheveningen, Haagse Hout, Centrum, Escamp, Laak en de transformatiegebieden rondom de stations en Binckhorst). Marktfalen blijkt een belangrijke rol te spelen bij het achterblijven van investeringen in kleinschalige bedrijfsruimten in Den Haag. Het marktfalen, legitimeert de inzet van publieke middelen om te komen tot een optimaal investeringsniveau voor kleinschalige bedrijfsruimten.

Het investeringsgat is ongeveer 104 mln. euro (herstructureren van bedrijfs- en winkelpanden en het transformeren van winkel strips). Dit investeringsgat kent overigens een ruime bandbreedte. Ondanks deze onzekerheid is het investeringsgat vele malen groter dan de voorziene omvang van FRED II ( 7,2 mln euro). Hieruit kan worden geconcludeerd dat bij FRED II sprake is van een efficiënte inzet van publieke middelen.

FRED II zet zowel op fondsniveau als op investeringsniveau in op het uitlokken van overige publieke middelen en private middelen. De doelstelling is om met de EFRO-middelen een hefboomeffect van 5 te realiseren. Qua instrumentering worden vooral leningen voorzien. De ervaring leert echter dat ook participaties en garanties in sommige gevallen passend zijn. In complexe gevallen behoort een combinatie van deze instrumenten met subsidie tot de mogelijkheden.

Download hier het ex ante FRED II onderzoek